woensdag 31 augustus 2011

Welzijnswerk niet in de uitverkoop


Voor het themabericht 'welzijn en integratie' word ik als programmaleider van Nicis geacht een column te schrijven (die natuurlijk niet politiek mag zijn). Hierbij de eerste...

Overheid en politiek kunnen net zo trendgevoelig zijn als de mode. Om maatschappelijke problemen het hoofd te bieden, zoeken politici naar oplossingen en termen die een brede lading moeten dekken en ook nog eens lekker in de mond liggen. Daar is op zich niets mis mee, maar je moet wel beducht zijn voor het risico dat dit soort termen niet een mantra op zich worden. Blijf nadenken over het wie-wat-waar-hoe en waarom.

Een paar illustraties van het “mantra-denken” uit het verleden : In Den Haag werd geconstateerd dat de aanpak van jeugdbeleid sterk gehinderd werd door de verkokering tussen de departementen. Onder de noemer “Operatie Jong” werd in 2004 een samenwerkingsverband in het leven geroepen tussen de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Justitie, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hier werd een projectbureau aan gekoppeld onder de bezielende leiding van Steven van Eijk als commissaris jeugd- en jongerenbeleid. Doelstellingen van de operatie waren:
- verbeteringen tot stand te brengen in de ontwikkelingsketen voor de jeugd door uitvoering te geven aan de jeugdagenda;
- meer samenhang in het jeugdbeleid te brengen binnen het samenwerkingsverband en de instellingen in het veld van het jeugdbeleid;
- voorstellen te doen aan het kabinet tot vereenvoudiging en verbetering van de aansturing van het jeugdbeleid.

Hoewel Steven van Eijk en zijn mensen goed werk hebben gedaan en Operatie Jong heeft bijgedragen aan onder andere het tot stand komen van een programmaminister “Jeugd en Gezin” (die inmiddels weer verdwenen is), bestond nog wel eens de neiging om bij maatschappelijk kwesties rond jeugd maar heel hard “Operatie Jong” te noemen en dan zou de kwestie vanzelf wel verdwijnen.
Uit de koker van de eerder genoemde programmaminister “Jeugd en Gezin” kwamen de Centra voor Jeugd en Gezin,
herkenbare inlooppunten in de buurt, waar ouders en jongeren terecht kunnen met hun vragen over opvoeden en opgroeien. Deze centra zullen ongetwijfeld een grote rol gaan spelen bij de aankomende decentralisatie van de jeugdzorg naar gemeenten. Er zijn gemeenten die het CJG Plus hebben geïntroduceerd. Het CJG Plus is de back office, waar professionals uit jeugd- en volwassenenzorg, onderwijs en welzijn intensief samenwerken. Het koppelen van jeugd en volwassenzorg is een prima gedachte, maar ook hier ligt een risico van onvoldoende management van verwachtingen.

Een veel gebruikte term van dit moment komt uit het RMO-onderzoeksessay “Burgerkracht”. Daarin geven Nico de Boer en Jos van der Lans, in een tijd van bezuinigen, decentralisering en discussies over draagvlak en legitimiteit, gemeenten handreikingen om tot een vernieuwend en toekomstbestendig welzijnswerk te komen. Burgerkracht staat daarbij centraal: burgers zijn zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun sociale bestaan. Terecht stellen zij in het essay dat de belangrijkste taak van de lokale overheid niet het co-financieren van burgerinitiatieven, maar de sluitende aanpak voor echt kwetsbare burgers is (naast het regelen van de toegang tot voorzieningen). Het goed aansturen, regie voeren, meetbare prestaties afspreken met partijen, heldere verantwoordelijkheden dus “wie-wat-waar-hoe en waarom” zijn daarbij van essentieel belang om te zorgen dat deze nieuwe aanpak van welzijnswerk echt toekomstbestendig wordt en niet net als de najaarscollectie bij modehuis X straks de uitverkoop in gaat.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten