zondag 17 juli 2011

Ik ga met vakantie en neem mee…


Met nog een drukke week voor de boeg met een stapel op het bureau op mijn werk die nog voor eind van komende week moet verdwijnen en een volle raadsvergadering met nog een aantal flinke onderwerpen, waaronder het initiatiefvoorstel “Haarlemse Banen Begeleid Werken”, probeer ik tussen de bedrijven door te bedenken wat er allemaal op de stapel moet om mee te nemen ter lering en vermaak tijdens de vakantie. Mijn partner heeft het digitale licht gezien en heeft allerlei e-books gedownload op de laptop, maar als oud-boekverkoper kan ik toch niet echt loskomen van de geur en het gewicht van een mooie roman of een interessant non-fictie boek. Hoewel ik mij heb voorgenomen om vooral te ontspannen de komende weken, stuitte ik op een recensie van “The Spirit Level; Why Equality is Better for Everyone” van Richard Wilkinson en Kate Pickett, beiden epidemiologen, verbonden aan de universiteit van York. In dit boek beschrijven zij de relatie tussen inkomensongelijkheid en verschillende sociale problemen. Aan de hand van zeer veel cijfermateriaal laten ze zien dat verschillende sociale problemen in rijke landen samenhangen met inkomensongelijkheid. Ze beschrijven ook de gevolgen die grote sociaal-economische ongelijkheid kan hebben op het psychisch en sociaal functioneren van mensen.

Het kabinet Den Uyl (1973-1977) was het laatste kabinet dat vermindering van sociale ongelijkheid (en met name inkomensongelijkheid) als een van de doelstellingen van sociaal-economische politiek had. Hoewel niet zo sterk als in de Verenigde Staten en Groot-BrittanniĆ«, is sinds de jaren ’80 de ongelijkheid in ons land toegenomen (Nederland zit in de middenmoot van de 20 westerse landen die zijn onderzocht), Marcel van Dam toonde dat al eerder aan in zijn boek ‘Niemandsland’ aan de hand van cijfers van het CBS. De onderzoekers doen al jaren onderzoek naar de maatschappelijke gevolgen van inkomensongelijkheid en welke druk de toename hiervan op de samenleving legt. Status is daarbij het sleutelwoord. Inkomensongelijkheid heeft negatieve gevolgen op de volksgezondheid, onderwijsprestaties en criminaliteit. De oorzaak zou vooral liggen in de angst, stress en minderwaardigheidsgevoelens die een grote inkomenskloof met zich meebrengt. Dit geldt niet alleen voor de achterblijvers, maar ook voor de middengroepen.

Zoals te doen gebruikelijk in de wetenschap, zijn andere wetenschappers al druk bezig om deze theorie (die overigens door de Yorkse wetenschappers voorzichtig is gebracht, ze gaan uit van een verband, maar niet van onomstootbaar bewijs) te falsificeren. Zo concluderen twee Amerikaanse wetenschappers juist het omgekeerde: “Meer geld betekent meer geluk”. Op de site www.equalitytrust.org.uk gaat de auteurs van het boek in discussie over de kritieken. Hoewel ik me nog verder in deze materie en het boek ga verdiepen tijdens de vakantie, is het een gegeven dat we in Nederland opschuiven naar een meer ongelijke samenleving en zou vermindering van sociale ongelijkheid wat mij betreft weer een belangrijk doel van overheidsbeleid moeten worden. Tijdens de Kadernota hebben we als PvdA-fractie een motie Schalkwijk( zie http://www.haarlem.pvda.nl/nieuwsbericht/1153) ingediend, die op een meerderheid kon rekenen. U begrijpt nu waarom… Fijne vakantie!