woensdag 2 juni 2010

Down to Earth


Vorige week vrijdag kwam Tweede Kamerlid Lea Bouwmeester een middag en avond naar Haarlem. Haar portefeuille bevat onder andere de onderwerpen coffeeshops, verslavingszorg, tbs en gevangeniswezen. Op het programma stond een fietstocht langs enkele coffeeshops, een gesprek over verslavingszorg in het Pakhuis (Gravinnesteeg) met hulpverlening, politie,iemand uit de doelgroep etc, een rondwandeling met straatpastor Joris en afsluitend een debat over coffeeshops. Het kan niemand ontgaan zijn dat we als PvdA al jaren roepen om reguleren van de aanvoer en teelt van wiet om van de, ik noem het hier maar even schizofrene situatie af te komen dat we de zogeheten voordeur (verkoop van softdrugs) gedogen, maar niet willen weten hoe het er binnen komt en daardoor het criminele circuit toelaten.Door de teelt van canabis te legaliseren voorkom je overlast en criminaliteit en verbeter je het toezicht op de volksgezondheid. Op de website van de PvdA Haarlem en de landelijke website van de PvdA valt nog veel meer hierover te lezen.


Waar ik nu even stil bij wil staan is de wandeling die we maakten met straatpastor Joris van Stem in de Stad. Hij liet ons de plekken in de stad zien waar dak- en thuislozen, veelal met verslavingsproblemen zich ophouden in de stad. Nu kennen we de meeste van die plekken wel, maar vaak fietsen we daar snel langs. En discussies in de commissie en raad over verslavingszorg gaan toch vaak over voorwaarden, locaties, overlast enzo en vaak op een wat abstracte manier.
Hoe anders komt het binnen als je met Joris in het Kenaupark staat en hij vertelt over K, een jongen die na 3 maanden vast gezeten te hebben weer op straat komt en gelijk een shot zet en met een overdosis in het ziekenhuis terecht komt. K is onverzekerd en wordt daarom de volgende dag gewoon weer op straat gezet, nog nauwelijks hersteld van zijn overdosis. Omdat K inziet dat het niet goed gaat met hem, trekt hij aan de bel bij de hulpverlenende instanties en geeft aan dat hij af wil kicken. De hulpverlenende instantie geeft aan dat ze waarschijnlijk wel een dag of vier later een moment voor hem hebben... De dag daarna wordt K gevonden en is de overdosis fataal.


Zo'n verhaal zet je direct even met je voeten op de grond. Als PvdA-fractie scheppen wij minimaal 1x per jaar op bij de eetvoorziening van Stem in de Stad en komt de "doelgroep" zoals we dat dan in beleidsnota taal noemen bij je langs voor wat waarschijnlijk de enige fatsoenlijke maaltijd is die ze in een paar dagen zullen eten, maar verder weet je nauwelijks iets over het verhaal wat achter deze mensen zit. Het verhaal van K brengt in een klap allerlei gevoelens bij je los. Verbijstering, ongeloof, verdriet en kwaadheid, maar ook daarbij een soort strijdlust om hier iets aan te willen doen.


Aan vrienden en kennissen moet ik regelmatig uitleggen waarom ik toch in godsnaam zo veel tijd steek in de politiek. Zo'n verhaal over Kevin en om in ieder geval een poging te wagen om de wereld een klein beetje beter te maken voor met name mensen voor wie het leven nog extra gecompliceerd is, is de drijfveer. Natuurlijk moet je als politicus de nodige zelfrelativering hebben en is het vaak de spreekwoordelijke druppel op de gloeiende plaat, maar zoals Eveline Tonkes (hoogleraar burgerschap) laatst in de Philharmonie op basis van onderzoek al stelde: mensen worden vooral gelukkig als ze iets voor een ander kunnen doen.

Ik word graag nog een stukje gelukkiger, u ook?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten